De gehaastheid der dingen

‘Haast en spoed is zelden goed’, volgens het cliché, maar traag en rustig is voor wie er niet toe doet.

Of zo lijkt het toch vaak. Wie bewust zijn dagen niet volpropt en al eens een blanco weekend heeft (oh how I envy you) kan makkelijk als saai en vriendenloos aanzien worden. Wie niet meedoet aan het social media circus -dat soms meer weg heeft van een kleuterklas vol jengelende, aandacht vragende driejarigen- die is ‘niet meer mee’.

En wie wil er nu een saaie, vriendenloze sukkel zijn die niet meer mee is? Juist ja. Niemand. Dat we àlles willen, is geen nieuw gegeven. Maar hoe lang we dat nog gaan vaststellen en tegelijk ongemoeid verder blijven racen, dàt vraag ik mij af. En daar knelt ook al eens mijn schoentje: te vaak wil ik alles wat mij interesseert gedaan hebben, overal bij zijn, alles gehoord en beleefd hebben. Een mens zou maar eens iets kunnen missen, de HORROR! 😉 *Feel the FOMO kicking in*

Alleen: Zelfs al mis ik niets, word ik daar niet altijd gelukkig van. Integendeel: Soms zit mijn hoofd te vol. Met informatie, to do’s (veel doen creëert absurd genoeg nog meer to do’s), verhalen, zorgen van anderen, stemmingen,… Mijn prikkelzoekend ADD-brein clasht dan al eens met mijn hooggevoelig, soms prikkelvermijdend lichaam. En dan gaat het licht plots uit. -Don’t worry, ik heb de schakelaar snel weer gevonden – Een hoofd dat blokkeert en hersenen die letterlijk verdoofd lijken. Even dacht ik dat dit mijn nieuwe, permanente gesteldheid zou worden. Dat ik gedoemd was om mij eeuwig en altijd zo retarded te voelen en er hersencellen onheroepelijk vernietigd waren (absoluut geen zin voor dramatiek hier). Maar de rewind knop gaf mij een inzicht over de voorbije weken dat even eenvoudig als evident was: Ik had gewoon nood aan rust.

De afgelopen tijd had ik te veel en te laat gewerkt, was ik nooit voor 19u à 20u thuis, had ik te veel uren in de file gesleten, te weinig geslapen, veel zorgen gehad voor zowel mensen als voor mijn lief viervoetig vriendinnetje dat aan een zeldzame hartziekte lijdt en veel medische zorgen nodig heeft. En daarbij had ik, naast alle moetens, mijn vrije momenten vol gepropt met willens: sport, vrienden en familie. Waarvan de meesten zich op minstens 45 minuten van mijn woonplaats bevinden.

Eigenlijk had ik het al een tijdje terug kunnen weten: Als uw lief belt met de mededeling dat de diepvries in alarm staat omdat uw sokken ertussen steken, dan mag er al eens een (alarm)belletje gaan rinkelen bij uzelf ook. Want voor alle duidelijkheid: dit is zelfs voor mij geen normaal gedrag. Dus ben ik nu een week bewust weinig aan het doen, zonder er mij slecht over te voelen. Ik sta op wanneer ik mij er klaar voor voel. Ik hang in de zetel met een boek. Ik sport wanneer ik er zin in heb. Ik kook rustig en bewust. Doe één ding tegelijk. WAT EEN ZALIGHEID. En tot nu toe geen protest van mijn innerlijk Duracell konijn.

Wat ik mezelf wens voor 2018: Minimalisme boven perfectionisme. Beter ‘nee’ kunnen zeggen, ook tegen leuke dingen. Meer bewuste rust en minder schuldgevoelens. Oh ja, en de kunst verwerven van wasmanden twee weken onaangeroerd te laten staan. Zeker ook dat.

En hoe zit dat bij jullie? Klinkt dit herkenbaar of horen jullie het donderen in één of andere Duitse stad? Ik heb zo’n vermoeden, maar zeg toch maar. 😉

Lana x

 

Lezen rockt, en andere waarheden. #daaromleesik

De prachtige Gentse bibliotheek de Krook deed vorig weekend dienst als terrein voor het festival vol leesplezier #daaromleesik. Vergelijk de bibliotheek met een festivalwei, auteurs met artiesten, en de boeken met doorleefde liedjesteksten en dan wordt lezen keiharde rock, toch? Niet eens met mij? Dat hoeft ook niet, maar ikzelf zie wel wat parallellen tussen lezen en muziek.

Zo heb je onze motivatie. We lezen om te leren, om dingen (beter) te begrijpen en onze kennis te vergroten. Maar evengoed gewoon om te ontspannen, om even te ontsnappen aan de werkelijkheid, om te vergeten of net om te herinneren. Ik denk dat deze drijfveren evengoed voor muziek opgaan. Boeken en muziek vertellen beide een verhaal. In sommige gevallen vrolijke, opgewekte verhalen, maar vaak ook een relaas van tegenslag en ellende. Onder auteurs en artiesten bevinden zich ontegensprekelijk heel wat getormenteerde zielen. Iemands levensverhaal zorgt voor een gevoel van verbondenheid tussen de auteur en de lezer, of tussen de artiest en zijn publiek. Herkenning is een belangrijk element om ‘mee’ te zijn in een verhaal. Ooit het gevoel gehad dat een liedje over jouw leven gaat? Juist ja, herkenning. 😉

Goed, terug naar dat lezen. Naar de bibliotheek. Naar zaterdagavond. Want daar ging het hier over. In het Krookcafé vertelt Herman Brusselmans tijdens ‘M’as-tu-lu’ in dialoog met Annemone Valcke welke boeken we zeker gelezen moeten hebben. De opvallende rode draad in zijn keuzes ligt in het feit dat de auteurs vaak losers zijn (of zo omschrijft hij ze althans zelf), mensen die succes nastreven maar daar niet steeds in slagen. Volgens hem zijn we allemaal mensen die mislukkingen trachten te vermijden. Dat zijn voorliefde voor zulke boeken voor een stuk te maken heeft met vereenzelviging erkent hij ook zelf.

Ik ben geen diehard fan (sorry Herman), hoewel ik hem met de jaren wel heb leren appreciëren. Achter de façade van vulgariteit en je-m’en-foutisme zit wel degelijk meer diepgang dan je zou vermoeden. Hoe ben ik hier dan terecht gekomen in the first place? Simpel, ik hou van bibliotheken en boeken. Van nieuwe boeken ontdekken ook. En ook al lees ik momenteel te weinig, dat blijft mij aantrekken. Ik hou van de geur van bibliotheken, van de sfeer die er hangt en de geschiedenis die er tot leven komt. Zo ontelbaar veel verhalen en zielenroerselen, verzameld op één plaats, dat heeft toch iets magisch? Soms waan ik me Belle uit Belle en het beest, flanerend door de gangen, op zoek naar een goed boek.

En ik heb er toevallig één gevonden. Een klassieker die eigenlijk al lang op mijn lijstje stond: Anna Karenina van Lev Tolstoj. En ik ben helemaal klaar om mij te laten ontvoeren naar een andere tijd en ruimte. Ideaal ook in dit seizoen: onder een dekentje met een chocomelk. Heel erg rock ’n roll, toch? 😉

Iedereen phonetograaf

Waar ik het in mijn vorige blogpost had over het vastleggen van echte momenten door een vakkundig fotograaf (lees: zo één die niet alleen weet waarvoor ISO en diafragma staat, maar die het ook perfect kan toepassen), wil ik het nu even hebben over een laagdrempeligere vorm van fotografie die we allemaal beoefenen: smartphone fotografie.

Want hoewel ik een digitale camera heb (en sinds Lapland zelfs een enorm goede lens), moet ik bekennen dat onze relatie er één van hoogtes en laagtes is. Ik die hem te weinig aandacht geef. Hij die niet altijd doet wat ik vraag. Ge kent het wel. En onze occasionele uitstapjes en reizen samen, waarbij de passie kortstondig hoog oplaait, blijken ook slechts een pleister op een dieperliggende wonde: namelijk dat we simpelweg niet genoeg tijd maken voor elkaar. Toegegeven, dat er een ander in het spel is, helpt ook niet echt. Eén die dan nog eens continu in mijn gezelschap vertoeft, die ik wél door en door ken. Een maatje met wie ik veel deel -zelfs tot toilet- en badkamermomenten toe, ik beken- , die licht en luchtig is, geen gewicht op mijn schouders legt. Dat is erom vragen natuurlijk. Maar Nikon en ik hebben intussen een compromis gesloten: We trekken er voortaan maandelijks samen op uit voor een serieuze shoot, en dan gunt hij mij daartussen mijn momenten met mijn Iphone. Goede deal, toch?

Foto-gen

Als het op fotograferen aankomt, geloof ik dat er slechts twee soorten mensen bestaan: Zij die overal om zich heen fotowaardige situaties spotten, elementen die vastgelegd moéten worden. En zij die dat niet doen. Niet noodzakelijk omdat ze deze gebeurtenissen niet de moeite waard vinden (ze zullen heus wel eens wat foto’s nemen), maar eerder omdat ze niet overmatig enthousiast geraken door het vastleggen van een mooi beeld. Laat het duidelijk zijn tot welke categorie ik behoor. 😉

Ik heb wel al eens de opmerking gekregen dat ik moet genieten van het moment, in plaats van het per se te willen fotograferen. En ok, daar is iets van. Ik begrijp dat bezwaar, maar anderzijds ís dat voor mij een manier van geluk beleven. Ik kan tegelijk een beeld registreren en het moment inhaleren (multitaskende vrouw, jawel). Maar via deze weg wil ik mij toch excuseren bij iedereen die door mijn toedoen al eens in affronten viel omdat ik een banaliteit uit 25 verschillende standpunten probeerde vast te leggen. Sorry ook voor wie ik hiermee opgehouden heb, en aan degenen die nodeloos lang een bepaalde positie moesten aanhouden. Excuses, ’t zal nog gebeuren.

Omdat alles beter kan, schreef ik mij in voor een workshop waarin ik de finesses van de smartphone fotografie -intussen al een heel eigen domein- onder de knie kon krijgen. Want dat fotograferen op zich lukt wel aardig en de basis do’s en don’ts ken ik redelijk (lees: nooit inzoomen, geen flits gebruiken, focussen, scherpstellen,..), maar mijn kadreren kan beter en ik wil leren hoe je onderweg op een kwalitatieve manier foto’s bewerkt. En daarmee bedoel ik niet: er een Instagram filter over kieperen en wat spelen met contrast en helderheid. 😉

Hotel Bloom

Daarom trok ik afgelopen zaterdag naar Brussel, waar vlak naast de mooie Kruidtuin, het design hotel Bloom ons decor van de voormiddag zou vormen. De workshop werd georganiseerd door BlogAcademie en gegeven door de sympathieke Vicky Bogaert van smartphonefotografie.be. Zij bracht ons heel wat tips en handigheden voor tijdens het fotograferen bij. In veel gevallen zijn ze verbazingwekkend eenvoudig, maar je moet ze gewoon kennen. Daarnaast heb ik ook meteen twee apps geïnstalleerd die heel handig zijn wanneer je foto’s wil nabewerken. De eerste is Snapseed, een professionele foto-editor. Denk hierbij aan mogelijkheden zoals het afzonderlijk bewerken van verschillende delen van je foto, egaliseren (oftewel: storende elementen gaan wegwerken), en een tool voor het veranderen van het perspectief van bijvoorbeeld gebouwen (zo kan je een rechte muur schuin gaan zetten of omgekeerd). Hoe cool is dat allemaal niet! En dat zonder Photoshop én altijd beschikbaar onderweg. De tweede app is VSCO, waarmee je ook kan gaan bewerken en filters over je foto’s kan leggen. Volgens Vicky zijn de filters mooier dan deze van Instagram, en na wat gepruts kan ik dat wel beamen. Ze zijn lichtjes subtieler en ze comprimeren je foto’s ook niet (iets wat Instagram wel doet), dus je kan je bewerkte foto’s ook steeds afprinten.

Na de theorie mochten we wat we geleerd hadden uittesten in enkele kamers en publieke ruimtes van het hotel. Oordeel vooral zelf of er iets geslaagd tussen zit. Ik noem het geheel alvast ‘work in progress’. 😉

Lana x

img_6485img_6490img_6486img_6502img_6497img_6487img_6492img_6494img_6483img_6484img_6493img_6491img_6498

img_6488

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Colibright meets Flashes of Realness

Op een zonnige dag in een lang vervlogen seizoen, rees tijdens een spelletje boerengolf in de Ardennen het idee voor een samenwerking tussen beide.

Of ons enthousiasme te wijten was aan de goede lucht daar, of de oorzaak eerder in de geestrijke Lupulus en BBQ achteraf moet worden gezocht, laten we hier in het midden. Feit is dat het ook nog na dat weekend een strak plan leek onze passies tot iets nieuws te combineren.

Omdat het gewoon leuk is, omdat onze drives gelijk lopen, maar ook omdat tegelijk beide activiteiten complementair zijn. We houden ervan echte momenten te vangen en te delen. De één met tekst, de ander met foto’s. Ultiem plezier wanneer we anderen hiermee kunnen verblijden, helpen of raken. Anderzijds hebben we alle twee ook iets wat de ander niet heeft. Want hoewel een krachtig beeld volgens het cliché meer zegt dan duizend woorden, kunnen woorden soms ook helpen het verhaal achter een momentopname te belichten. Zoals het borsteltje van de archeoloog dat stukje bij beetje dieperliggende schatten en geheimen blootlegt. En plots is prachtig beeld nog waardevoller geworden.

Nieuwsgierig? Spring dan gerust op onze vleugels voor een spannende vlucht. We beloven je ultieme photoflashes, geïllustreerd met colibrighte verhalen.

De foto’s hieronder horen alvast bij dit kortverhaal. Colibright vind je hierzo.

Tot binnenkort!

Lana & Wouter

 

Weekend verjaardagen Lana & Daya (65)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (66)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (49)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (159)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (70)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (14)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (83)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (128)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (126)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (114)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (144)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (134)

Weekend verjaardagen Lana & Daya (73)

 

 

 

 

Plot twist van de week

Blij dat het weekend is! Mijn week was al niet rustig te noemen, en toen botste ik (bijna letterlijk) in het midden van die week op een kleine kat die zorgen en aandacht nodig had (voor één keer was het eens niet de mijne 😉).

Foto-Vicje

Deze lieve stakker zwalpte helemaal verdwaasd over straat toen ik op weg was van mijn werk naar huis. Eerst wist ik niet wat ik zag.. Zijn kopje zag er heel raar uit, alsof hij aangereden was. Instinctief sprong ik uit mijn auto om te vermijden dat iemand hem zou overrijden. Ik zette nog wel mijn vier knipperlichten aan en zorgde dat ik zelf niet onder een auto liep, en toen plukte ik hem van de koude, drukke straat. Wat een warm gevoel meteen voor dit kleine wezentje. ❤️ Misschien heb ik het mij ingebeeld, maar hij leek zo dankbaar… Z’n hoofdje zat onder de vreselijk lelijke abcessen (Er is een reden waarom ik deze foto niet in kleur toon 😉) maar hij palmde mij meteen in. Hij keek me aan met grote ogen, observerend maar niet angstig.

Met een groggy kat op mijn achterbank reed ik naar de dichtstbijzijnde dierenkliniek. Daar aangekomen bleek hij -zoals we vermoedden- niet gechipt. Hij was ondervoed en uitgedroogd en liep wellicht al een hele tijd met zijn verwondingen rond. Omdat het al avond was, werd beslist hem de eerste noodzakelijk zorgen toe te dienen en hem daar te laten overnachten. De volgende avond ging ik hem weer ophalen en bracht ik het beestje samen met mijn zus (die veldwerker is bij Zwerfkat in nood) naar het verre Limburg. Daar kon hij verder verzorgd worden bij de dierenarts van de organisatie om nadien geplaatst te worden in een gastgezin dat hem verder kan opvangen.

Wat ik met dit verhaal gewoon even wil zeggen mensen: Er bestaan instanties hiervoor, en dat is misschien te weinig bekend. Je hoeft er zeker niet veel tijd of energie in te steken (omdat mijn zus nauw betrokken is bij zo’n organisatie gebeurde dit bij mij toevallig wel), maar als je een dier in nood tegenkomt, rijd niet zomaar voorbij. Er simpelweg melding van maken kan al veel in beweging brengen en het diertje redden. Hiermee bedoel ik geen melding bij de politie (wat vaak aangeraden wordt, maar niet de beste optie is omdat er zelden een gevolg aan gegeven wordt dat gunstig is voor het dier), maar bij instanties die zich over verwaarloosde of achtergelaten dieren bekommeren. Check zeker eens deze website.

De helft van jullie vraagt zich nu wellicht af ‘Waarom al die moeite doen. Er zijn toch teveel katten’. Zeer juist. Er zijn ook teveel mensen. 😉

Of: ‘Waarom energie steken in een kat die niet de jouwe is?’. Wel, misschien omdat dat beestje het net nog meer nodig heeft. Het heeft letterlijk niemand in deze wereld. Is dat op zich niet schrijnend genoeg? Alsof we ons enkel het leed van onze eigen omgeving mogen aantrekken. Zolang onze familie, onze vrienden, onze huisdieren maar ok zijn, toch? Wat als we soms eens de cruciale vijf minuten verder dan dat zouden kijken? Een dier in nood zal echt niet je spreekwoordelijke hele arm opeisen. Het zal al ontzettend dankbaar zijn met een uitgestoken vinger. ☝🏼😉

cat_icon_michelangelo

 

Mijn eerste halve marathon

Sinds enige tijd heb ik het in mijn hoofd gestoken dat ik ooit een marathon wil lopen. Maar omdat dit geval hier nogal geneigd is haar lat wat hoog te leggen en meteen voor het grootste/ verste/ moeilijkste te gaan, werd ik door mijn iets nuchterdere wederhelft aangeraden misschien eerst te beginnen met een halve marathon. En zo geschiedde. Volgzaam als ik ben 😉 schreef ik mij in voor de Donkmeerloop halve marathon in Berlare.

Met een basisconditie die meer dan oké was (Ik liep en yoga-de sowieso al veel), begon ik 12 weken geleden te lopen onder het alziend oog van mijn ‘persoonlijke’ coach die ik deel met half lopend Vlaanderen: Evy Gruyaert. De eerste weken gingen vlot. Het weer was nog goed en de trainingen haalbaar. Drie keer per week gaan lopen gedurende 35 à 70 minuten, dat lukte goed. Maar dan kwam er slechter weer (of zeg maar: zondvloeden), en langere trainingen. Vier keer per week lopen gedurende 60 à 100 minuten. Ik skipte al eens een training, meer uit tijdgebrek dan omwille van ‘geen goesting’. Op zich loop ik ook nog graag in de regen (liever te koud dan te warm, ik), maar stormweer laat ik toch liever overwaaien. Gelukkig was er dan nog de loopband van de Basic Fit. En steeds bleef Evy mij enthousiast steunen, zelfs als ik op die loopband dus geen kilometers maakte. (Denk aan moed insprekende kreten zoals “Je hebt al 0 kilometer afgelegd, goed zo kanjer!”). Danku Evy om ook dan in mij te geloven.

Ik maakte nog steeds vooruitgang: mijn snelheid bleef stijgen en het lopen voelde alsmaar lichter aan. Het is pas sinds een week of drie dat ik plots ben beginnen twijfelen of die 21 kilometer wel zou lukken. En dan nog door één stomme keer dat het wat minder vlot ging. Dat is wel een beetje typisch ik: altijd vooruitgang willen zien en bij een terugval ineens alles in twijfel trekken. Uiteraard volkomen idioot en onlogisch, maar die zwarte monstertjes in mijn hoofd beschikken nu eenmaal niet over veel logica. Nochtans hebben ze mij in een verder verleden te vaak te pakken gekregen, maar dat zou ik nu dus niet laten gebeuren. Ik nam me voor te vertrouwen op mijn lichaam, dat best sterk is, en op wat ik opgebouwd had. Wat ook hielp waren de bemoedigende woorden van mijn zotste, meest enthousiaste supporter Eelke, die zelf supersportief is: “Het is gewoon uitlopen he”. Zo nuchter eigenlijk, dat ik daar niet aan gedacht had. 😉 Ik zou het inderdaad gewoon uitlopen, desnoods al mankend of kruipend.

Manken of kruipen was woensdag gelukkig niet nodig. Aan de start werd ik samen met 746 andere halve marathon lopers getrakteerd op een herfstzonnetje en tegelijk stond er een frisse wind, ideaal voor wat afkoeling. Rondom mij hier en daar blote benen in een short, maar toch vooral veel lange broeken en zelfs lange mouwen. Bij de gedachte alleen al kreeg ik vapeurs. Ik kan echt niet goed lopen als ik oververhit geraak. Shortje en T-shirt aan dus, en off we go!

Het eerste (kleine) rondje ging vlot, en ook tijdens de eerste grote ronde langs het Donkmeer bleef mijn tempo stijgen. Stiekem begon ik te hopen dat, als ik deze snelheid kon aanhouden of nog wat kon versnellen, ik onder de twee uur zou blijven. Maar de weg was natuurlijk nog lang (nog zo’n 13 kilometer te gaan op dat moment) en ongetwijfeld zou er wel wat vermoeidheid optreden. Lang kon ik het tempo van 10,5 km/u aanhouden, maar uiteindelijk werd het 10,3. Intussen schreeuwden mijn geweldige fans de longen uit hun lijf en staken uitgelaten kinderen hun armpjes uit voor een bemoedigend handjeklap. Zot eigenlijk hoeveel het helpt om je naam te horen weerklinken of een lachend kindergezichtje te zien. Wat het lopen ook aangenaam maakte was de prachtige omgeving. Een stukje bos, afgewisseld met een parcours langs het meer. Ik begrijp waarom deze wedstrijd de mooiste halve wordt genoemd. Kijk zelf maar even.

Berlare6_omgeving

Berlare5_omgeving

Foto’s: http://www.demooistehalve.com

Op 3 kilometer voor de aankomst kreeg ik wat last van mijn maag, maar no way dat ik nu nog zou vertragen, laat staan stoppen. Ik probeerde met mijn laatste krachten het tempo erin te houden en finishte uiteindelijk na 2:05:56. Eat that, zwarte monstertjes. 😉 Al bij al was ik tevreden, maar ik denk niet dat het bij deze ene halve marathon zal blijven. Eerst eens proberen hoeveel ik onder die 2 uur geraak, en dan ooit misschien toch een volledige marathon, wie weet.. 😉

Welke lopers zijn er nog aan het trainen en wat is het volgende evenement op jullie loopkalender? 🙂

Lana x

Berlare2

Berlare9

 

Liefste minder gevoelige medemens

Zonet nam ik mijn laptop om iets te schrijven over mijn voorbereiding op de halve marathon, nu over minder dan een week. Sinds kort heb ik trouwens wat twijfels: het lopen ging de voorbije twee weken plots minder vlot dan voordien (Oh hallo jij oude bekende, Faalangst genaamd. Ik had met jou gebroken, weet je nog?) Daarover wou ik dus vertellen. Maar zoals altijd schrijf ik vanuit mijn hart. Of mijn lever, maag of nog een ander orgaan, zo je wil. Als daar iets op ligt, dan moet dat er eerst uit. En laat ons zeggen dat woorden hier de beste optie zijn.

De kwestie in kwestie, laat ik even in het midden, maar het had te maken met mijn hoogsensitiviteit (of het gebrek aan sensitiviteit van anderen, het ligt eraan hoe je het bekijkt). De laatste tijd is er veel te doen rond grensoverschrijdend gedrag. Maar ook zonder seksuele bijbetekenis kunnen mensen zich grensoverschrijdend gedragen. Gedrag is ongewenst als het jouw persoonlijke grens overschrijdt, en die grens is per definitie subjectief. Wel, vandaag werd mijn grens dus overschreden. Nochtans is deze de afgelopen jaren een heel stuk verplaatst. Want naast de trapjes van mijn voordeur, heb ik er een oprit en zelfs een heuse voortuin bij. Je hebt dus wel wat speling, alvorens je die deur bereikt. Maar als je lompweg de bloemen in mijn tuin vertrappelt en niet inziet waarom ik dat erg vind, sta mij dan toe even te reageren.

Liefste minder gevoelige medemens,

Ik weet dat het soms lijkt alsof wij dingen ingewikkeld maken, maar eigenlijk is het net heel simpel: Wij zijn empatisch en willen graag met anderen rekening houden. We begrijpen dat niet iedereen daar even goed in is, maar wil je het inlevingsvermogen dat wij hebben niet kleineren?

Ik merk dat jullie in sommige gevallen het grotere overzicht wat vergeten, omdat jullie vooral gewend zijn om vanuit jezelf te denken. Het is ok om soms een stukje van de puzzel te missen, maar misschien kunnen we net daarom samen puzzelen in plaats van andermans puzzel te vernielen?

Ik ondervind dat jullie zo nu en dan wat meer uitleg nodig hebben in situaties die wij gemakkelijk doorzien. Maar als we proberen te helpen en te verduidelijken, willen jullie dan even luisteren?

Ik weet dat jullie niet altijd verstaan waarom wij reageren zoals we reageren. Dat komt omdat onze voelsprieten wat langer zijn, omdat wij zéér veel oppikken, en al deze informatie samen voor een andere reactie zorgt. Wij hebben niets tegen korte voelsprieten, maar wil je alsjeblief de onze niet afbreken?

Ik merk dat jullie uitstekende handen niet altijd zien, dat jullie emoties liever schuwen en onze nood aan verbinding niet altijd snappen. Omgekeerd hebben wij wel eens moeite met jullie oppervlakkigheid en verstaan we niet echt hoe jullie de knop ‘betrokkenheid’ soms zo makkelijk kunnen uitschakelen.

Maar misschien moeten we elkaar ook niet persé volledig willen begrijpen. Volgens mij leidt dit met momenten zelfs tot meer ontreddering en onbegrip. Onze kijk op de wereld is namelijk fundamenteel anders, en we kunnen wel even van bril wisselen, maar niet van ogen. Dat besef lijkt me vaak al voldoende. Zo lang we elkaar dan in waarde laten en met een minimum aan respect behandelen, meeten we vanzelf wel ergens in the middle, toch?