Liefste meter,

99 jaar, 8 maanden en 4 dagen. Zo lang mocht de wereld van haar aanwezigheid genieten. Dat is vanmorgen plots gestopt. Op de warmste 15 oktober ooit. Ook haar warmste 15 oktober, en dat is op een periode van 99 jaar best bijzonder. Je hebt een mooi moment uitgekozen liefste meterke. Een dag met veel zonneschijn, voor iedereen die achterblijft. Een dag ook met veel warmte voor jou, want de laatste jaren had je het zo makkelijk koud.

Sinds een week of 4 wisten we dat je de 100 niet zou halen. Minder dan 4 maand was dat nog, maar je lichaam wou niet meer. Hoe vaak hebben we nochtans niet met een lach gezegd “Meter wordt wel 100 jaar”. Omdat je zo sterk was, je al zoveel meegemaakt en overwonnen had. Ik had zeker niet gewild dat je langer had moeten afzien, maar als ik nu terug denk aan die woorden van toen, dan wringt het toch een beetje dat het niet meer is mogen gebeuren. En ja, ik weet wel dat we dankbaar mogen zijn voor de tijd die we met jou hebben gekregen, maar tegelijk vind ik jouw leeftijd geen reden om te minimaliseren. Voor iemand die je graag ziet, is namelijk elk moment te vroeg. En zeker voor een grootmoeder zoals jij. Jullie huis voelde evenveel als een thuis dan mijn eigen thuis. Ruimtes gevuld met de geur van verse soep, warmte en een gezelligheid die ik niet kan omschrijven. Een veilige haven voor het gevoelige kind dat ik was, een plaats waar ik terug mezelf kon zijn als puber, waar ik even geen rolletje hoefde te spelen. Zoveel oprechtheid en zorgzaamheid, en in alle hoekjes en kantjes hangen herinneringen.

Deze middag gebeurde er iets bijzonder, meterke. Je was nog maar een paar uur niet meer hier, en ik ging een eind lopen op een plaats waar ik nog nooit geweest was. Exact in de helft van mijn looproute kwam ik, te midden van de velden, een kapelletje tegen waar enkele kaarsjes brandden. Jij die zo aan je geloof hield.. Ik denk niet dat dit toeval was. Ik heb mij even neergezet op het bankje voor de kapel en een gebedje gedaan voor jou, zoals jij dat altijd zo trouw deed voor ons, en iedereen van de familie, vlak voor het slapengaan.

Ik heb getwijfeld of ik wel iets moest schrijven. En daarna of ik het wel online moest gooien. Omdat het internet niet iets van jouw tijd is. Omdat jij geen controle hebt over wat ik openbaar maak, en ik niets wil doen dat jij niet gewild zou hebben. Omdat je een ingetogen vrouw was, en niet iemand van veel woorden.. In dat laatste verschillen we duidelijk van elkaar, maar wanneer je iets zei, dan was het wel raak. 🙂 Uiteindelijk deel ik nu wel deze woorden, omdat ik wil vertellen hoe bijzonder je was, en welk belang je voor mij had. Maar foto’s van ons of specifieke herinneringen, die zijn van mij. Of beter: van ons. Die koester ik voor mezelf, en bewaar ik in een doosje met een slot.

En ik weet zeker dat ik je, naast in herinneringen, ook in de toekomst zal blijven tegenkomen zoals vanmiddag aan dat kapelletje. In preisoep, in chocotoffs, in mensen die lief zijn voor elkaar.

Slaapzacht, liefste, zachtste, mooiste meter.

 

Blog-meter-3

Blog-Meter-4

Blog-meter-1

#writersgonnawrite: mijn dagboekverleden

Enkele weken had ik op de eerste Blogcocktail van de Blogacademie een gesprek met Christophe van Travelchecker. Hij vertelde mij dat hij vaak tijdens een treinrit dingen met de hand schrijft, die dan nadien omgezet worden naar een digitale versie. Voor mij klonk dit herkenbaar omdat ik ook nog steeds graag ideeën, losse gedachten en quotes neerkrabbel in notitieboekjes. Tijdens onze conversatie kwam ik tot het besef dat deze gewoonte terug gaat tot in mijn prille jeugd. In totaal heb ik namelijk een 12-tal dagboeken bij elkaar gepend. Sara-gewijs vertrouwde ik mijn dagboek m’n diepste geheimen toe, zij het wel zonder bril en beugel maar met evenveel gevoel voor jeugdige dramatiek.

Christophe zette me aan om deze dagboeken eens terug te gaan zoeken, en zo geschiedde. Een speurtocht door het ouderlijk huis leverde mij helaas nog maar één dagboek op. Voor de overige zal ik wellicht wat dieper moeten graven op zolder of in mijn eekhoornbrein, want de kans bestaat dat ik ze te goed verstopt heb voor potentiële curieuzeneuzen.

Nog met de hand schrijven, serieus?

Dat een kind van de nineties schriftjes vol kladderde met dagelijkse gebeurtenissen en geheimen lijkt niet zo raar, maar waarom zou je dat anno 2017 nog doen? Voor mij is dat simpel, gewoon omdat het mij een goed gevoel geeft. Ik hou van mijn pen die mijn gedachten vangt in krullende bewegingen op papier. Het heeft iets authentiek, iets echt. Zo’n boekje maakt ook dat ik maar met één ding tegelijk bezig ben en niet wordt afgeleid door 20 openstaande tabbladen. Ik voel me volledig in het hier en nu en kan me beter concentreren. Dit is op zich niet raar, want uit onderzoek blijkt dat mensen die informatie al schrijvend verwerken in staat zijn deze beter te onthouden en ook nieuwe concepten beter zullen begrijpen. Schrijven vergt volgens psychologen een andere manier van denken en een grotere mentale inspanning dan typen. Los van deze uitleg hou ik simpelweg ook van notitieboekjes 🙂 in allerlei kleuren en motieven. Ik heb ook digitale notities en winkellijstjes en schrijf heus niet alles in het lang en breed neer. Maar een combinatie van online en offline, dat werkt voor mij het best.

Van faxen tot chatboxen: een communicatie evolutie doorheen mijn jeugd

Maar goed, dat dagboek dus. We schrijven het jaar 2000. Lana was net 14 jaar. Ik moet toegeven dat het wel boeiend en soms verrassend was om mijn puberende zelve opnieuw tegen te komen. Bij het doorbladeren van dit dagboek heb ik tegelijk behoorlijk hard gelachen. Omwille van de manier waarop ik naar dingen keek, hoe ik ze verwoordde, wat ik belangrijk scheen te vinden,..

Enkele vaststellingen:

  • Dagboeken kan je gebruiken om je zussen te misleiden (als je weet dat ze stiekem in je dagboek lezen)
  • Als ik iets kocht moest daar ook steeds de prijs (in Belgische frank) bij vermeld worden.
  • Ik faxte (!) met vriendinnen die nog geen internet hadden.
  • Over TV-programma’s kon ik heler recensies schrijven.
  • Als ik verliefd was maakte ik een heuse fiche met persoonsbeschrijving, adres en telefoonnummer. (Ik draaide mijn hand niet om voor het betere detectivewerk)
  • Kermisbezoeken waren de max
  • Hoewel chatboxen toch interessanter waren.
  • Ik kende het concept ‘samenhang’ in teksten duidelijk nog niet. Van een emotioneel gedicht vol diepgang, werd één lijn lager moeiteloos overgeschakeld naar random facts zoals hoe je Kuifje zegt in het Chinees en wat ik die dag gegeten had.
  • De ene dag schreef ik enorm gedetailleerd, maar als ik minder tijd had werkte ik met pijltjes en kernwoorden waarvan ik nu niet meer begrijp wat ik toen bedoelde. 🙂

Mijn schrijven is veranderd, maar de reden waarom denk ik niet. Het laat me toe te reflecteren over mezelf en de wereld, maakt deze meer bevattelijk. Voor mij is schrijven vergelijkbaar met ademen. Het geeft me zuurstof en ik voel me helemaal leven als ik schrijf.

Hielden jullie ook ooit een dagboek bij, en wat schreven jullie daar zoal in neer? 🙂

Lana x

 

Sporten als hooggevoelig persoon

Sommigen onder jullie weten dat ik momenteel aan het trainen ben voor een halve marathon op 1 november, over een maand dus. Ik kijk er enorm naar uit om alles te geven tijdens de Donkmeerloop in Berlare.  Voor mij geen drukke stadsloop, maar een parcours in een natuurlijke, rustgevende setting.

Ik ben altijd vrij sportief geweest en heb uiteenlopende soorten sport beoefend. Daarbij heb ik geregeld ook een uitdaging nodig om mezelf wat te pushen en te zien hoe ver ik kan gaan.

Maar over mijn sportief parcours wil ik het hier nu niet hebben. Waarover ik het wel wil hebben is de impact van mijn hooggevoeligheid op dat sporten. Want ik durf wel al eens vergeten daarmee rekening te houden. (Eerder schreef ik hier al iets over hooggevoelig zijn). De neiging naar meer en beter is meestal sterker dan het stemmetje dat vraagt het wat rustiger aan te doen en daardoor ga ik geregeld over mijn grenzen. Het is dus iets waarin ik nog niet 100% mijn evenwicht gevonden heb, maar ik probeer er wel beter mee om te gaan.

Voor wie niet goed begrijpt wat ik bedoel met ‘sporten als hooggevoelig persoon’, even in het kort hoe ik sport ervaar en welke verschillen ik vaak vaststel tussen mezelf en andere sporters:

  • Overprikkeling is hier denk ik het kernbegrip waar zo goed als alles aan op te hangen valt. Doordat onze filter niet goed werkt, komen alle indrukken van buitenaf gewoon binnen. En laat sporten nu net een prikkelende activiteit zijn die doorgaans gepaard gaat met veel indrukken, zowel visueel, auditief als kinesthetisch. Teamleden die naar elkaar roepen, ballen die je om de oren vliegen, luide muziek tijdens een groepsles,… Als ik aan het sporten ben, kan ik er zo’n dingen niet bij hebben. Dan schreeuwt mijn hoofd om hulp, terwijl anderen zich aan het amuseren zijn.
  • Die overprikkeling is ook de reden waarom ik vaak geen te luide of opzwepende muziek kan verdragen tijdens het sporten. Soms zet ik wel zulke muziek op om mezelf in een zeker ritme te krijgen wanneer ik ga lopen, maar lang blijft dit meestal niet aan staan.
  • Hoewel ik zou willen dat het anders was, zijn teamsporten ook niks voor mij. Teveel mensen en teveel impressies in combinatie met zelf in beweging zijn leiden meestal tot hoofdpijn en een vermoeidheid achteraf die niet in verhouding is tot de geleverde inspanning.
  • Ik denk dat ik een meer dan degelijke basisconditie heb en in goede gezondheid verkeer, en toch voelt mijn lichaam op sommige dagen als dat van een 70-jarige. Het gevoel alsof er een trein over mij heen gereden is, is me niet vreemd.
  • Mijn pijngrens lijkt ook lager te liggen dan bij anderen.

Maar omdat ik zo graag sport en zeker niet wil minderen, denk ik de laatste tijd vaker na over manieren om het mezelf makkelijker te maken. Zo probeer ik te lopen in een omgeving die mij niet overprikkelt: niet op straat waar auto’s rijden, maar op een wegje tussen weides, liefst met wat paarden en ezeltjes. 😉 Te laat op de avond sporten is ook geen goed idee. Mijn zenuwstelsel blijft nog een aantal uur in Duracell-konijn-modus waardoor ik niet tot rust kom. Verder probeer ik sport wat slim in te bouwen in mijn week: Ik plan bijvoorbeeld geen zware training op een dag waarop ik laat thuis ben van het werk. Ik zorg ook voor afwisseling : op een dag lopen of fitness volgt bijvoorbeeld een yogadag. Of niets. 😉

Tegelijk ervaar ik sporten als een soort medicijn. Het maakt mijn lichaam sterker, ik ben minder gestresseerd en gelukkiger. Maar het gebeurt ook dat het enige medicijn ‘rust’ heet. Dan beland ik in de zetel in plaats van in de yogales, zoals vanavond de bedoeling was. En schrijf ik over sporten, in plaats van het te doen. 🙂

Ik ben benieuwd hoe andere HSP’s sport beleven. Klinkt dit herkenbaar, of net niet?

 

Mijn Thailand ABC in woord en beeld

Een reis hoort leuk te zijn. Van het begin tot het einde. Een aaneenschakeling van hoogtepunten in stijgende lijn en toe werkend naar een apotheose, als het even kan.

Wel, zo gaat het dus niet altijd. Om niet te zeggen zelden. Maar iets zegt mij dat velen van jullie dit zelf ooit wel al ondervonden hebben, vooral de iets avontuurlijkere reizigers onder ons.

Niet dat dit af te leiden valt uit de doorsnee Instagram feed (Ok ik pleit even schuldig, mijn verschrikkelijke uitslag heeft Instagram niet gehaald, ook niet met 1000 filters) en zelfs reisverslagen in besloten kring durven al eens wat verbloemd te worden, of vragen om een korrel zout of twee.

Nu hou ik niet zo van verbloemd. En mijn eten heb ik liefst met zout én peper. Daarom schreef ik ons Thailand ABC zoals het echt was. Een mooi begin, een moeilijker midden en een zonovergoten slot. Yin en Yang in één reis, om het met het boeddhisme te zeggen.

Aankomst: Onze aankomst kon niet beter. Mijn zus Daya en haar vriend Wouter hadden voor ons al een kamer geboekt in het hotel in Chiang Mai waar ze ook zelf verbleven. We konden meteen ontspannen na de lange reis, en zelfs het aperitief stond al klaar. 😉

Aapjes: Heel veel wilde dieren hebben we op onze reis niet gezien, maar wel wat allesbehalve schuchtere aapjes.

Aapjes

Bangkok: Hebben we meteen achter ons gelaten. Na een vlucht van Brussel naar Bangkok (met overstap in Zürich) vlogen we meteen door naar het noorden waar Daya en Wouter ons in Chiang Mai opwachtten. Terwijl voor velen een Thailandreis begint met het bezoeken van deze stad, hebben we nooit overwogen Bangkok op te nemen in onze planning. Ten eerste was onze reis daarvoor te kort, maar daarnaast trekt deze stad mij ook absoluut niet aan. Alle reizigers die we nadien tegenkwamen die wel halt gehouden hadden in Bangkok, bleken er achteraf spijt van te hebben.

Boeddhisme: Hoewel Thailand niet uitsluitend Boeddhistisch is, is het dat wel overwegend. En oh, wat kan ik mij vinden in veel elementen van deze religie. Ik denk dat iedereen, zeker ook zonder gelovig te zijn, iets aan het boeddhistisch gedachtengoed kan hebben.

IMG_3840

Chiang Mai: Stad in het noorden, en meteen onze eerste stop. Hoewel deze stad behoorlijk groot is -zelfs de op één na grootste van Thailand- voelt ze niet extreem druk aan. We verbleven een eindje buiten de stad, en zeker daar ervaar je bepaalde rust, natuurlijk leven en authenticiteit.

Chang Bier: Dit is het meest verkochte bier in Thailand, omwille van de prijs maar ook door het wat hogere alcoholpercentage. Persoonlijk vind ik dit bier echt lekker, en het past ook bij zowel een maaltijd als als aperitief (en digestief 😉 ). Chang betekent ‘olifant’ in het Thais. Misschien omdat een changover je de volgende dag het gevoel geeft alsof er een olifant over je heen is gelopen? Ik spreek voor alle duidelijkheid niet uit ondervinding.

IMG_3490

Chaloon: De naam van één van de honden des huizes in onze laatste verblijfplaats, sea flower bungalows. Sociaal en zot geval dat zich uren kon bezig houden met het ‘jagen’ op visjes in laagstaand water.

IMG_4223

Donkere wolken en Druilerigheid: Een beetje de rode draad doorheen toch iets minder dan de helft van onze reis denk ik. Altijd groot jolijt wanneer de zon kwam piepen, maar dit kon snel weer omslaan naar donkere wolken, zoals op de foto hieronder. Die dag is mijn camera nipt ontsnapt aan de verdrinkingsdood.

fullsizeoutput_16da

Ecotrekking: Vanuit Chiang Mai vertrekken we met een kleine groep en enkele gidsen op daguitstap. Na een korte stop op een lokale versmarkt, rijden we verder naar het noorden de bergen in. We bezoeken een onvervalst dorpje, trekken bergopwaarts door de jungle om boven een prachtig zicht te hebben op… de mist die over de rijstvelden hangt.. Helaas pindakaas, dat adembenemend uitzicht en dito foto’s zullen niet voor vandaag zijn. We krijgen wel een heerlijke maaltijd voorgeschoteld, en wanneer we nadien verder door rijstvelden terug naar beneden wandelen, is er van mist gelukkig geen sprake meer en worden we toch nog op een wondermooi panorama getrakteerd.

fullsizeoutput_170ffullsizeoutput_1712fullsizeoutput_1700fullsizeoutput_1707fullsizeoutput_16fafullsizeoutput_16f0fullsizeoutput_173b

Eilandliefde: Het klinkt een beetje truttig, maar we hebben echt, oprecht het meest genoten van eilandhangen en lekker niets doen. Onder een palmboom liggen met een goed boek op een prachtig strand en cocktail of kokosnoot in de hand. Even snorkelen als we daar zin in hadden, en nadien weer verder relaxen op het droge.

Full Moon Party: Koh Phangan staat bekend om haar Full Moon Parties. Strandfeesten die plaats vinden met (of rond) volle maan, die de hele nacht doorgaan tot de zon weer opkomt, en gekenmerkt worden door feestvierders in fluo-outfits. Toch is Koh Phangan méér dan dat. Zie wat lager 😉

Flexibel reizen: Wij kozen ervoor om flexibel te reizen. Alleen onze heen- en terugvlucht (en ons eerste hotel) lagen al vast. Voor de rest boekte ik alles ter plaatse. Binnenlandse vluchten, overnachtingen, ferry’s,… Het grote voordeel hieraan vind ik, is dat je niet ‘gebonden’ bent. We hadden wel ongeveer een idee hoe onze route er zou uit zien, maar wouden ook rekening kunnen houden met ons gevoel op een bepaalde plaats en de weersomstandigheden. Het nadeel is natuurlijk dat je onderweg nog veel aan het regelen bent. Dit geeft na een tijdje een iphone vol printscreens. 😉

 

Glimlach: Thai doen alles met de glimlach. Behalve een Thai met een ochtendhumeur. Maar zo ben ik er maar één tegengekomen.

Gratitude: Omdat de letter ‘D’ al voldoende bezet was, gebruik ik hier even het Engelse woord, eveneens om de Thai te omschrijven. Want ik vind dat deze mensen een enorme dankbaarheid uitstralen. Veel meer dan wij hier gewend zijn. ‘Khob khun kha’ (dankjewel) is dan ook iets wat je continu hoort in Thailand.

Honden: Eén van de mindere kanten van Thailand: de straathonden die je overal tegenkomt. Sommige van deze honden zijn relatief gezond en kunnen goed overleven, maar anderen hebben duidelijk hulp nodig. Ik ga nooit het beeld vergeten van een hond met een huidziekte die wezenloos voor zich uit starend midden op een drukke weg stond. Alsof hij het zelf genoeg geweest vond. Dààr doet mijn hart zeer van. En naast verdrietig maakte het mij ook enorm boos, al weet ik niet helemaal goed op wie of wat. Misschien op ons, verwende westerlingen die persé een rashond willen en maanden wachten op zo’n dier dat nog gefabriceerd moet worden (ja, gefabriceerd), terwijl er zoveel -even lieve en trouwe- hondjes rondlopen die zo dankbaar zouden zijn om een beetje liefde. Dat wringt in mijn hoofd. Dat is geen dierenliefde. Dat is ‘het beste’ willen voor jezelf.

IMG_3409

Irritatie: Teveel regenbuien na elkaar kunnen in combinatie met te weinig zon al eens hun effect hebben om mijn humeur. Zelfs een roze regenponcho hielp toen niet om mij wat op te vrolijken precies.

IMG_3519

Joviaal: Thai. Need I say more? Of om het met de woorden van mijn lieftallige reisgenote (na een paar mindere ervaringen) te zeggen: “Moest het eten hier niet zo lekker zijn, en de mensen niet zo sympathiek, dan had ik al naar huis willen gaan.”

Jetlag: Geen last van gehad na de heenvlucht (gelukkig maar), maar wel een dubbele portie gehad na thuiskomst. Oh boy.

Khao Sok & Koh Phangan: Voor mij dag en nacht verschil qua ervaringen. Het weer kan er ook wel voor iets tussen zitten, maar toch.

Over Khao Sok National Park las ik vooraf niets dan positieve dingen. Je vindt er één van de oudste regenwouden van onze planeet. De natuur is er prachtig: enorme kalksteen kliffen, een uitgestrekt blauw meer en unieke fauna en flora. Ik moet toegeven dat dit allemaal klopt. Maar tegelijk vonden we ook alles (zowel verblijfplaats als activiteiten) zeer toeristisch en duur in vergelijking met de andere plaatsen in Thailand waar we kwamen, wat voor mij wat afbreuk deed aan de gehele ervaring.

fullsizeoutput_171efullsizeoutput_1717fullsizeoutput_1709IMG_3530IMG_3545fullsizeoutput_1727

Het omgekeerde geldt voor Koh Phangan. Bekend -of berucht- voor haar Full Moon Parties, had ik niet de hoogste verwachtingen van dit eiland in de de Golf van Thailand. Je zou er last hebben van nachtlawaai en dronken toeristen die over het eiland zwalpen. Eerlijk: Weinig van gezien. Naar mijn idee beperkt deze overlast zich vooral tot Haad Rin (uiterste zuiden van het eiland, waar de Full Moon Parties plaats vinden). Enkel daar hadden we te maken met nachtelijke feestgeluiden. Op de rest van het eiland zijn we dit nooit tegengekomen, en zeker de westkust hebben we ervaren als zeer relaxed en rustgevend. Bovendien is dit eiland zeer goed voor ons geweest en heeft het ons overwegend zonnige dagen gegeven. Alleen al daarvoor een <3!

fullsizeoutput_1782

fullsizeoutput_1780fullsizeoutput_1784fullsizeoutput_1785fullsizeoutput_1708

Liam’s Guest House: Het allereerste guesthouse waar we verbleven en zeker een vermelding waard! Bovendien wordt het uitgebaat door Daphne, een sympathieke Antwerpse die alles doet om je verblijf zo aangenaam mogelijk te maken. Haar zoontje heet Liam en zo kwam deze plek aan haar naam.

Muggenbeten: Tja. Kan je al eens verwachten in tropische gebieden. Verbazingwekkend genoeg was het middel dat de muggen het beste weg hield een goedkoop spul uit de lokale supermarkt.

spray-insect-repellent-soffel-floral-fragrance-80ml

Muffe slaapkamers: Het absolute dieptepunt van onze reis bevond zich in Khao Sok. We kwamen er terecht in een kamer die ZO muf en vochtig was dat je droge kleren er zelfs nat werden, om nog maar te zwijgen van het afschrikwekkend effect van deze omgeving op mijn haar. 😉 Op onze volgende bestemming hebben we al onze kleren meteen laten wassen om de muffe geur eruit te krijgen.

Natuur: Tja, gewoon prachtig.

Oprecht en ondernemend: De Thaise bevolking heeft dit beide. We hadden zo goed als altijd het gevoel dat mensen het oprecht goed met ons meenden. Dat ze eerlijk waren, en niet opdringerig. Doorgaans krijg je niet de indruk dat ze ‘rijke westerlingen’ willen oplichten. Volgens mij hangt dit samen met het feit dat ze zelf ondernemend zijn. Iedereen (mannen én vrouwen) doet wel iets om de kost te verdienen: ze hebben een winkeltje, een geïmproviseerd wegrestaurant, geven toeristen massages of begeleiden uitstappen als gids.

Pad Thai en Pizza: Pad Thai is een typisch Thais gerecht met rijstnoedels, eieren, groentjes, pinda’s en limoen. Dit hebben we in allerlei varianten zeer vaak gegeten.

Maar één keer (ok nee, twee) na een uitgeregende dag namen we onze toevlucht tot pizza. Meeneem dan nog wel. Comfortfood in combinatie met een filmpje op Youtube. Héél onthais, ik weet het. Maar wel iets waar we beide nood aan hadden.

IMG_3601IMG_3424

Queeste: Met momenten leek onze reis een beetje een queeste naar de zon. Uiteindelijk werd die missie volbracht.

Rijstvelden: Van juni tot en met oktober (tijdens het regenseizoen dus) kan je deze eindeloze velden aanschouwen. Absolute rust en weidse uitzichten. De rijstvelden zijn trapsgewijs opgebouwd en er ligt een ingenieus, eeuwenoud irrigatiesysteem aan ten grondslag.

fullsizeoutput_173ffullsizeoutput_173cfullsizeoutput_1738fullsizeoutput_173b

Songthaews & Scooters: Typische vervoermiddelen in Thailand. Songthaews zijn open taxi’s. Nee, niet cabrio-style. Dat ‘open’ bevindt zich aan de zijkanten, niet bovenaan. 🙂

Het scooter rijden was een heel avontuur, aangezien we dat beide nog nooit gedaan hadden. Hoewel ik graag zelf wou rijden, moest ik toegeven dat Leen hier gewoon beter in was, dus heb ik ons leven maar in haar handen gelegd in plaats van in het mijne. 😉

IMG_3380

Tempel: We bezochten slechts één tempel. En dat bleek dan nog een Chinese te zijn. Bij de ingang kregen we fruit, waarvan ik vermoed dat het de bedoeling was dat we het offerden. Maar dat leek ons zo zonde en we wisten ook niet goed waar het te leggen aangezien er nergens andere bananen te bespeuren waren. Ik wacht nog steeds op de wraak van de boeddha…

fullsizeoutput_1719

Uitslag: In tropische gebieden durf ik al eens last krijgen van warmte uitslag. Dat had ik twee jaar geleden in Costa Rica al ondervonden, en dus was ik voorbereid. Gewapend met een lotion van de apotheker die hiertegen moest helpen had ik bij de eerste tekenen nog de hoop ze te kunnen bestrijden. Helaas bleek dat spul niet opgewassen tegen een uitslag van deze omvang. Hieronder een ongecensureerde foto. 😉

fullsizeoutput_1434

Verjaardag vieren: Onze 31ste verjaardag vierden mijn twinnie en ikzelf in de rijstvelden van Chiang Mai. En ’s avonds met een Changske 😉 Ongetwijfeld onze meest bijzondere verjaardag samen. Twee dagen later scheidden onze wegen en gingen we elk een andere kant uit. Hierop kwam later wel nog een grappig en onverwacht vervolg. Meer tekst en uitleg bij de letter Z. 😉

IMG_3425

Weersvoorspellingen: Hebben we meer gecheckt dan goed was.

Xenofiel: Woorden met een X zijn doorgaans moeilijk te vinden, maar niet in dit geval. Xenofiel betekent volgende de dikke Van Dale ‘welgezind tegenover buitenlanders en vreemdelingen’. En dat is de Thaise bevolking zeker. Bovendien hebben ze een soort fierheid die maakt dat ze je hun land willen leren kennen.

Yogaminded: Yoga wordt in Thailand traditioneel goed beoefend. In bepaalde streken kom je dan ook veel scholen tegen. Als yogaliefhebber kan ik dat alleen maar appreciëren. 🙂

Zon & Zusterhereniging: De zon kregen we uiteindelijk nog vaker te zien dan we gedacht hadden, en op het einde nam onze reis een grappige wending. We hadden al in het Noorden afscheid genomen van Daya en Wouter, en dachten hen pas in België terug te zien. Door een wijziging in hun route kwamen ze uiteindelijk op onze laatste volledige dag aan in Koh Phangan in Sea Flower Bungalows waar ook wij zaten. Er was nog tijd voor een zwemmeke (of zeg maar: avonturen op woeste zee), een laatste avondmaal én een ontbijt samen. En zo was de cirkel rond.

 

En dan nu nog énkele foto’s om het af te leren 😉

fullsizeoutput_16cfIMG_4791IMG_4793IMG_4792

Foto credits voor de laatste foto’s zijn voor de geweldige Colibright. 😉


 

 

 

#Mooimakers

Het is bijna niet te geloven dat er nog mensen bestaan die het doen, maar er lopen effectief heel wat viezeriken rond. Volwassen mannen en vrouwen die ongegeneerd een papiertje of lege verpakking de autoruit uit keilen en die met hun uitgedoofde sigarettenpeuk schijnbaar niet enkel hun longen, maar ook het milieu een heilzame dienst willen bewijzen.

Geen haar op mijn hoofd dat daarbij kan (en ik heb er veel). Zoiets heeft toch puur met opvoeding en het zien van slechte voorbeelden te maken? Er werd ons geleerd dat ons afval in de vuilnisbak hoorde en dat als er geen vuilnisbak was, we het mee naar huis moesten nemen. Bijgevolg kwamen mijn zussen en ik geregeld thuis met volle jaszakken waar mogelijks niet enkel ons eigen vuilnis, maar ook dat van de halve klas in zat. (sorry mama, we deden gewoon wat je vroeg 😉 )

Omdat er bijna 30 jaar later nog steeds ouders zijn die deze boodschap niet duidelijk genoeg meegeven, moet het bijschaven ook uit een andere richting komen. Een voorbeeld daarvan is mooimakers. Mooimakers wil Vlaanderen bevrijden van zwerfvuil en sluikstorten en roept mensen, bedrijven, scholen, verenigingen en gemeenten op tot actie. Want ook als individu kan je helpen. Zelfs wanneer er niets aan te merken valt op jouw gedrag kan je anderen mee bewust maken, een opruimactie organiseren,…

Daarom waren mijn zus en ikzelf blij dat we vorige week konden meewerken aan het promotiefilmpje voor de handhavingsweek van mooimakers, die morgen van start gaat. Niet alleen een initiatief waar we volledig achter staan, maar gewoon ook heel leuk om te doen en best grappig om andere tweelingen te ontmoeten. Het filmpje kunnen jullie onderaan deze blog bekijken. 🙂

Naast het mooimaken voor extreme dummies (wat ik primitief gedrag als sluikstorten toch wel vind), is er nog iets anders waarover ik mij kan verbazen: het sorteergedrag -of eerder het gebrek eraan- van veel mensen. Niet zelden zie ik anderen vol overtuiging of vol nonchalance (ik weet niet welk van de twee ik erger moet vinden) flesjes, blikjes en plastic in de verkeerde vuilbak kieperen. Pogingen om hen daarop attent te maken, draaien meestal uit op een positieve en constructieve conversatie, maar soms reageert iemand ook met een “Maakt dat nu zoveel verschil?”, wat mijn inwendige vulkaan lichtelijk doet borrelen. 😉

Want ja, ik corrigeer mensen. Ik geef mee dat er tegenwoordig alternatieven bestaan voor aluminiumfolie. Ik vraag waarom ze telkens een wegwerpbeker nemen wanneer er tassen beschikbaar zijn. Daardoor heb ik bij sommigen wellicht het label ‘extreem milieuvriendelijk’ opgeplakt gekregen heb. Terwijl dit gedrag echt basis is… En een beetje inzitten met de natuur is geen misdaad, toch?

Laat mij desnoods maar een druppel zijn op een hete plaat. Zo lang we met veel druppels zijn, kan dat geen kwaad. 😉

 

Pink Monday Confessions

Ik moet iets opbiechten. Hoewel ik vermoed dat velen het al weten: ik kan het namelijk moeilijk wegsteken. En ik vermoed even hard dat mensen mij hiervoor lichtelijk irritant vinden. Dat zie ik aan de death stares. Aan de blikken vol afschuw ook.

Maar dus: Mijn maandagen zijn roze in plaats van blauw.

Zo, het is eruit.

Ik weet dat het compleet not done is om maandagen te appreciëren -laat staan ze leuk te vinden-, maar het is sterker dan mezelf. Voor zover ik mij herinner heb ik sinds ik werk zelden last gehad van de maandagblues. Ooit was het wel anders. Tijdens mijn schoolcarrière zijn er periodes geweest waarin ik ongetwijfeld last had van een Midnight blue Monday, voorafgegaan door een Steel blue Sunday evening en gevolgd door Turquoise Tuesday. Een hele week lang fifty shades of blue, tot vrijdagavond zich aankondigde.

Ik denk dat mijn gewijzigde houding ten opzichte van maandagen iets te maken heeft met een gevoel van controle. Met zelfbeschikking. Met niet langer een lijdend voorwerp te zijn. En met een overgewaaide pubertijd ook, zonder meer.

Soit, terug naar nu.

Dat anderen mijn maandagliefde niet vatten, weet ik intussen wel. Maar liefste maandaghaters, ik versta jullie ook niet helemaal. Is jullie (werk)leven dan zo verschrikkelijk? Is er een wezenlijk verschil tussen maandag en dinsdag? En vinden jullie het niet zonde om enkel van weekend tot weekend te leven?

Het is zo’n beetje als een ochtendhumeur. Hoewel ik allesbehalve een ochtendmens ben, heb ik dit concept nooit begrepen. Leef je dan niet graag (genoeg)? Of ben je gewoon veel te laat gaan slapen? 🙂

Ik zie mensen overigens soms denken dat mijn weekends wel behoorlijk saai moeten zijn, omdat ik vrolijk ben bij het begin van een nieuwe week. Welnee, dat is niet het geval. Ook mijn weekends zijn altijd te kort, en van mij mogen ze bij voorkeur vier dagen duren (dan zouden we trouwens met z’n allen woensdagen moeten vervloeken).

Maar maandagen hebben iets mooi. Iets onbeschreven, ongeschonden.

Maandagen zijn nieuwe leien, nieuwe schriften, blanco Evernote notities zo je wil.

Ze bieden nieuwe kansen om te proberen, te klungelen en te bereiken.

Maandag is de lente van de week. En dat geeft mij simpelweg energie.

Dus nee, ik doe niet mee met die collectieve maandag-haat. Meer zelfs: stiekem droom ik van een Pink Monday beweging.

Tot het zover is, blijf ik mijn Instagram volgers gewoon lastigvallen met irritant positieve boodschappen op maandag. 😉

 

 

Laplandliefde ♡

Omdat de redenering ‘eerst werken en dan plezier’ duidelijk wat teveel in mijn systeem verankerd zit -Klinkt dat bekend in de oren, of ben ik de enige die dit vroeger geleerd heeft?- heb ik een deal gesloten met mezelf: Vanaf nu moet ik minstens één keer per week wanneer ik thuis kom van het werk even gaan zitten alvorens ik weer in actie schiet met sporten, koken of andere activiteiten. Een half uurtje lezen of iets neerschrijven, of desnoods wat voor mij uit staren, zo moeilijk kan dat toch niet zijn? -Al weet ik nu al dat het mij gek genoeg wél moeite zal kosten om niet te vervallen in die gewoonte. Maar ik merk de laatste tijd dat mijn expressieve, creatieve kant steeds luider begint te roepen IK WIL OOK AANDACHT, omdat ik haar simpelweg teveel onderdruk. En geef toe, wie wordt er nu gelukkig van het afvinken van louter praktische taken van zijn to do list? Ok ja, sommige mensen misschien. Maar niet ik.

Dus bij deze wat aandacht voor het betekeniszoekende kind in mij dat dolgraag wil vertellen over haar avonturen.

En dat laatste avontuur begon op maandag 3 april want toen trokken we naar Lapland!

Na een vlucht via Stockholm naar Kiruna, stapten we de bus op richting Särkimukka. Onderweg weerklonken enthousiaste kreten wanneer de eerste wilde

 

rendieren werden gespot. Eens aangekomen op onze bestemming – de Pinetree lodge – was het eerste wat opviel hoe stil het daar was. Het besneeuwde landschap katapulteerde ons een paar maanden terug in de tijd en zorgde zowaar voor een laat kerstgevoel.

De volgende ochtend trokken we erop uit met de huskyslee. Na een vliegende start -Vijf enthousiaste husky’s die naar hun zin al veel te lang hebben moeten wachten trekken namelijk niet echt geleidelijk aan op 🙂 – werd ik overvallen door een gevoel van absolute vrijheid: Een weids wit landschap zo ver je kijken kan, en enkel het geluid van de slee die over de sneeuw glijdt, gewoonweg zalig! Alleen wanneer we even moeten stilstaan barst er een blafconcert los. Deze hondjes willen namelijk blijven lopen en hebben een energie en uithoudingsvermogen om jaloers op te zijn. Halverwege onze rit stoppen we voor een pauze met warm bessensap en een ‘kanelbulle’ (traditie tijdens elke activiteit hier, zo blijkt) en wisselen bestuurder en passagier elkaar af. Deze keer hoef ik enkel te zitten en kan ik nog meer rondkijken. Ik maak niet enkel foto’s met mijn camera, maar probeer ook zoveel mogelijk indrukken vast te leggen in mijn geheugen; dit is sowieso een film die ik nooit zal vergeten.

Eens terug aangekomen bij de lodge, beslissen we om de volgende dag tijdens onze vrije voormiddag nog eens op pad te gaan met de huskyslee. Dit was té leuk om niet een tweede keer te doen. En tja, nu we hier toch zijn he… 😉

De rest van de dag gaan we langlaufen, iets drinken in de gezellige ‘Brown Bear Bar’ en laten we ons bedienen van een heerlijk avondmenu (al moet ik er mij wel even over zetten dat rendier en eland hier tot de vaste ingrediënten behoren).

Om 21u30 staat er een noorderlichtwandeling gepland, waarbij we op sneeuwraketten wandelen naar een plaats met zo goed als geen strooilicht. Om iets te zien moet er natuurlijk wel activiteit zijn én niet teveel bewolking. Bewolking die avond: 100%. Het enige licht dat we dus zien, is dat van onze hoofdlampen. Ik ben ‘lichtelijk’ (no pun intended) teleurgesteld, want ik wil hier niet weg zonder dat ik het lichtspel heb mogen aanschouwen. De noorderlicht mythes die de gids vertelt, terwijl we zittend op rendierhuiden ons verwarmen aan een kampvuur, maken gelukkig veel goed.

Omdat de bewolking deels zou wegtrekken, besluiten we onze wekker om 2u ‘s nachts te zetten. We worden de volgende ochtend pas weer wakker omdat ‘iemand’ blijkbaar de wekker heeft afgeduwd. Niet erg, horen we nadien van anderen die wel waren opgestaan: Er was toch niets te zien.

Dag drie van ons avontuur gaan we niet alleen huskysleeën, maar maken we de Lapse paden ook onveilig op een sneeuwscooter. Doordat het de vorige dag wat gedooid had en enkel de bovenste sneeuwlaag weer bevroren is, geraakt er geregeld een scooter in de ‘diepe sneeuw’ verzeild. Maar geen nood: met een man of vijf krijgen we deze wel weer aan wal. Geen probleem voor ons, gespierde motards die we zijn.

Intussen check ik iets meer dan goed is mijn aurora borealis-app. Vanavond zie ik namelijk als erop of eronder: Dit is de meest zonnige dag tot nu toe. Als we nog een lichtspel willen zien, dan moet het vanavond gebeuren. Met een aantal Belgen die ook in de lodge verblijven, spreken we af om om 22u te vertrekken richting een open, donkere plek. We installeren ons statief en dan is het afwachten. En vooral veel flauwe mopjes maken over dingen die we zogezegd zien verschijnen, kwestie van de tijd te doden.

Na dik anderhalf uur wachten zien we een grijze vlek verschijnen, die duidelijk verschilt van de wolken. Stilaan begint iedereen wat hoop te krijgen.. Om zeker te zijn dat dit weldegelijk het noorderlicht is, trekken we foto’s: In de meeste gevallen is dit fenomeen immers feller te zien op camera dan met het blote oog. Dat komt doordat enerzijds de sensoren in de digitale camera’s gevoeliger zijn dan ons blote oog, en daarnaast ook door de langere belichtingstijd.

En ja hoor, we zien een vage groene streep! Er is dus iets op komst. Denken we. Hopen we. En liefst voordat de wolken de hemel sluiten, pretty please! Maar de minuten die daarop volgen, blijven we met onze eigen kijkers enkel een grijze vlek zien die van vorm verandert, maar niet van kleur. Opnieuw een lichte teleurstelling in de groep: We zijn naar hier gekomen om méér dan enkel het fotografisch noorderlicht te zien..

En dan plots, na tien minuten niets, barst er een magisch lichtspel los! Geen aarzeling meer. ‘Hier ben ik dan, ik heb lang genoeg met jullie voeten gespeeld’, denkt Miss Borealis (want met zo’n wispelturig gedrag is het ongetwijfeld een vrouw, en ‘Aurora’ klinkt nu ook niet bepaald mannelijk). Bijna een uur lang mogen we genieten van dit wonderlijk fenomeen. De Oooh’s en Aaah’s vliegen door de lucht als muzikale ondersteuning bij de dans van het poollicht tussen miljoenen sterren. Die avond voel ik mij ZO voldaan. En dankbaar, vooral heel dankbaar. Gelukzalig vallen we in slaap.

De volgende dag gaan we rendieren spotten: nog maar eens een bijzondere ervaring, die mij weer één doet voelen met de natuur. En zo komt het dat ik niet meer naar huis wil. Dat ik mij nog even wil wentelen in de rustgevende landschappen en de oorverdovende stilte. Het gevoel van nog één keer draaien voor je moet opstaan.