Mijn eerste trail run, oftewel modderdoop.

10 februari 2018. Boven mijn hoofd een stralende zon, onder mijn voeten een heerlijke mix van bosgrond met regen en gesmolten sneeuw: modder dus. Slijk. Bagger. Noem het zoals je wil, maar alleszins niks wat lekker loopt.  Het contrast met het verwarmende winterzonnetje kon niet groter zijn. Hier en daar hoor ik onheilspellende gesprekken. Dat het parcours loodzwaar is, dat er gevreesd wordt voor blessures. Ik sta aan de start en heb al water in mijn schoen. Gelukkig weet ik nog niet dat ik de komende 21 kilometer met natte voeten zal lopen.

Dit is nog maar mijn tweede halve marathon en mijn allereerste trail run. ‘Ik heb weer iets in mijn hoofd gehaald’, denk ik. Maar niet zonder reden. Of laat ons zeggen: met meer dan enkel de reden van zelfkwelling en het verleggen van mijn grenzen, deze keer. Ik moest en zou iets lopen op 10 februari. Dit is namelijk de dag waarop mijn meterke 100 jaar geworden zou zijn. Niet dat zij iets had met lopen ofzo, maar ik wil gewoon iets doen voor haar. Iets lastig, omdat zij het ook vaak lastig had de laatste jaren.

IMG_7773

En dan wordt het startschot gegeven. Een hoopje nog op elkaar gepakte lopers en modder, dat is om problemen vragen. Na nog geen kilometer gaat er al iemand onderuit. Toevallig een beer van een vent. Toevallig knalt hij ook tegen mijn arm, en kan ik mij met moeite recht houden. De toon is gezet. Aanvankelijk probeer ik nog zoveel mogelijk de diepe modder en plassen te ontwijken, maar na amper twee kilometer wordt het wel duidelijk dat dit niet zal lukken: water over de volledige breedte van de weg waar we hoe dan ook door moeten. Pijnlijke kreten weergalmen tussen de bomen, want dat ijswater tot over je enkels doet niet bepaald deugd. Ik kijk op mijn Polar en zie dat er nog maar twee kilometer achter ons liggen. Nog eens negen keer dit, denk ik. Dat lukt nooit. Héél even doemt de gedachte dat ik dit van niemand moét doen op in mijn hoofd. Maar dan denk ik aan meter, en dat opgeven geen optie is.

IMG_7788

Hoe meer kilometers op de teller, hoe meer bedreven ik raak in het rechtop blijven. Ik begin door te hebben hoe je met de modder moet omgaan, hoe ik mijn voeten moet plaatsen. Maar één ding is zeker: dit parcours is niet gemaakt voor gevoelige enkels. Stabiliteit in al je gewrichten trainen is trouwens iets wat elke trail runner kan gebruiken. Soms moet ik luidop lachen met mijn grappige pasjes, en al bij al vind ik het een wonder dat ik op die 21 kilometer niet één keer tegen de grond gesmakt ben.

Na kilometer acht begin ik echt te genieten van de omgeving; van de geur van bos, de zon door de bomen en fluitende vogeltjes. Wanneer ik exact in de helft ben, blijkt dat mijn meest enthousiaste (maar zieke) supporter Eelke er plots toch is! Haar gejuich geeft mij nieuwe energie, en met de wetenschap dat ik het parcours nu toch ken, begin ik optimistisch aan ronde twee. Maar na enige tijd begin ik het ploeteren toch te voelen in mijn benen. Ik sleur al de hele tijd het gewicht van natte schoenen mee, en telkens je voeten uit de modder moeten trekken is niet echt hetzelfde als je benen gewoon opheffen. De laatste kilometers ben ik dan ook aangewezen op doorbijten en stemmetjes in mijn hoofd het zwijgen opleggen. Ik denk weer aan meter, en hoe ze soms zo heeft afgezien en pijn gehad. ‘Daar is dit echt niks tegen’, denk ik. In de laatste bocht staan mijn supporters en sleep ik mij door de laatste meters. Aan de finish doet letterlijk alles pijn, maar wat ben ik blij dat ik dit gedaan heb! Alweer een grens verlegd. 😉 Gelukkige verjaardag, liefste meter.x

IMG_7779IMG_7790IMG_7789IMG_7778

 

Mijn eerste halve marathon

Sinds enige tijd heb ik het in mijn hoofd gestoken dat ik ooit een marathon wil lopen. Maar omdat dit geval hier nogal geneigd is haar lat wat hoog te leggen en meteen voor het grootste/ verste/ moeilijkste te gaan, werd ik door mijn iets nuchterdere wederhelft aangeraden misschien eerst te beginnen met een halve marathon. En zo geschiedde. Volgzaam als ik ben 😉 schreef ik mij in voor de Donkmeerloop halve marathon in Berlare.

Met een basisconditie die meer dan oké was (Ik liep en yoga-de sowieso al veel), begon ik 12 weken geleden te lopen onder het alziend oog van mijn ‘persoonlijke’ coach die ik deel met half lopend Vlaanderen: Evy Gruyaert. De eerste weken gingen vlot. Het weer was nog goed en de trainingen haalbaar. Drie keer per week gaan lopen gedurende 35 à 70 minuten, dat lukte goed. Maar dan kwam er slechter weer (of zeg maar: zondvloeden), en langere trainingen. Vier keer per week lopen gedurende 60 à 100 minuten. Ik skipte al eens een training, meer uit tijdgebrek dan omwille van ‘geen goesting’. Op zich loop ik ook nog graag in de regen (liever te koud dan te warm, ik), maar stormweer laat ik toch liever overwaaien. Gelukkig was er dan nog de loopband van de Basic Fit. En steeds bleef Evy mij enthousiast steunen, zelfs als ik op die loopband dus geen kilometers maakte. (Denk aan moed insprekende kreten zoals “Je hebt al 0 kilometer afgelegd, goed zo kanjer!”). Danku Evy om ook dan in mij te geloven.

Ik maakte nog steeds vooruitgang: mijn snelheid bleef stijgen en het lopen voelde alsmaar lichter aan. Het is pas sinds een week of drie dat ik plots ben beginnen twijfelen of die 21 kilometer wel zou lukken. En dan nog door één stomme keer dat het wat minder vlot ging. Dat is wel een beetje typisch ik: altijd vooruitgang willen zien en bij een terugval ineens alles in twijfel trekken. Uiteraard volkomen idioot en onlogisch, maar die zwarte monstertjes in mijn hoofd beschikken nu eenmaal niet over veel logica. Nochtans hebben ze mij in een verder verleden te vaak te pakken gekregen, maar dat zou ik nu dus niet laten gebeuren. Ik nam me voor te vertrouwen op mijn lichaam, dat best sterk is, en op wat ik opgebouwd had. Wat ook hielp waren de bemoedigende woorden van mijn zotste, meest enthousiaste supporter Eelke, die zelf supersportief is: “Het is gewoon uitlopen he”. Zo nuchter eigenlijk, dat ik daar niet aan gedacht had. 😉 Ik zou het inderdaad gewoon uitlopen, desnoods al mankend of kruipend.

Manken of kruipen was woensdag gelukkig niet nodig. Aan de start werd ik samen met 746 andere halve marathon lopers getrakteerd op een herfstzonnetje en tegelijk stond er een frisse wind, ideaal voor wat afkoeling. Rondom mij hier en daar blote benen in een short, maar toch vooral veel lange broeken en zelfs lange mouwen. Bij de gedachte alleen al kreeg ik vapeurs. Ik kan echt niet goed lopen als ik oververhit geraak. Shortje en T-shirt aan dus, en off we go!

Het eerste (kleine) rondje ging vlot, en ook tijdens de eerste grote ronde langs het Donkmeer bleef mijn tempo stijgen. Stiekem begon ik te hopen dat, als ik deze snelheid kon aanhouden of nog wat kon versnellen, ik onder de twee uur zou blijven. Maar de weg was natuurlijk nog lang (nog zo’n 13 kilometer te gaan op dat moment) en ongetwijfeld zou er wel wat vermoeidheid optreden. Lang kon ik het tempo van 10,5 km/u aanhouden, maar uiteindelijk werd het 10,3. Intussen schreeuwden mijn geweldige fans de longen uit hun lijf en staken uitgelaten kinderen hun armpjes uit voor een bemoedigend handjeklap. Zot eigenlijk hoeveel het helpt om je naam te horen weerklinken of een lachend kindergezichtje te zien. Wat het lopen ook aangenaam maakte was de prachtige omgeving. Een stukje bos, afgewisseld met een parcours langs het meer. Ik begrijp waarom deze wedstrijd de mooiste halve wordt genoemd. Kijk zelf maar even.

Berlare6_omgeving

Berlare5_omgeving

Foto’s: http://www.demooistehalve.com

Op 3 kilometer voor de aankomst kreeg ik wat last van mijn maag, maar no way dat ik nu nog zou vertragen, laat staan stoppen. Ik probeerde met mijn laatste krachten het tempo erin te houden en finishte uiteindelijk na 2:05:56. Eat that, zwarte monstertjes. 😉 Al bij al was ik tevreden, maar ik denk niet dat het bij deze ene halve marathon zal blijven. Eerst eens proberen hoeveel ik onder die 2 uur geraak, en dan ooit misschien toch een volledige marathon, wie weet.. 😉

Welke lopers zijn er nog aan het trainen en wat is het volgende evenement op jullie loopkalender? 🙂

Lana x

Berlare2

Berlare9

 

Sporten als hooggevoelig persoon

Sommigen onder jullie weten dat ik momenteel aan het trainen ben voor een halve marathon op 1 november, over een maand dus. Ik kijk er enorm naar uit om alles te geven tijdens de Donkmeerloop in Berlare.  Voor mij geen drukke stadsloop, maar een parcours in een natuurlijke, rustgevende setting.

Ik ben altijd vrij sportief geweest en heb uiteenlopende soorten sport beoefend. Daarbij heb ik geregeld ook een uitdaging nodig om mezelf wat te pushen en te zien hoe ver ik kan gaan.

Maar over mijn sportief parcours wil ik het hier nu niet hebben. Waarover ik het wel wil hebben is de impact van mijn hooggevoeligheid op dat sporten. Want ik durf wel al eens vergeten daarmee rekening te houden. (Eerder schreef ik hier al iets over hooggevoelig zijn). De neiging naar meer en beter is meestal sterker dan het stemmetje dat vraagt het wat rustiger aan te doen en daardoor ga ik geregeld over mijn grenzen. Het is dus iets waarin ik nog niet 100% mijn evenwicht gevonden heb, maar ik probeer er wel beter mee om te gaan.

Voor wie niet goed begrijpt wat ik bedoel met ‘sporten als hooggevoelig persoon’, even in het kort hoe ik sport ervaar en welke verschillen ik vaak vaststel tussen mezelf en andere sporters:

  • Overprikkeling is hier denk ik het kernbegrip waar zo goed als alles aan op te hangen valt. Doordat onze filter niet goed werkt, komen alle indrukken van buitenaf gewoon binnen. En laat sporten nu net een prikkelende activiteit zijn die doorgaans gepaard gaat met veel indrukken, zowel visueel, auditief als kinesthetisch. Teamleden die naar elkaar roepen, ballen die je om de oren vliegen, luide muziek tijdens een groepsles,… Als ik aan het sporten ben, kan ik er zo’n dingen niet bij hebben. Dan schreeuwt mijn hoofd om hulp, terwijl anderen zich aan het amuseren zijn.
  • Die overprikkeling is ook de reden waarom ik vaak geen te luide of opzwepende muziek kan verdragen tijdens het sporten. Soms zet ik wel zulke muziek op om mezelf in een zeker ritme te krijgen wanneer ik ga lopen, maar lang blijft dit meestal niet aan staan.
  • Hoewel ik zou willen dat het anders was, zijn teamsporten ook niks voor mij. Teveel mensen en teveel impressies in combinatie met zelf in beweging zijn leiden meestal tot hoofdpijn en een vermoeidheid achteraf die niet in verhouding is tot de geleverde inspanning.
  • Ik denk dat ik een meer dan degelijke basisconditie heb en in goede gezondheid verkeer, en toch voelt mijn lichaam op sommige dagen als dat van een 70-jarige. Het gevoel alsof er een trein over mij heen gereden is, is me niet vreemd.
  • Mijn pijngrens lijkt ook lager te liggen dan bij anderen.

Maar omdat ik zo graag sport en zeker niet wil minderen, denk ik de laatste tijd vaker na over manieren om het mezelf makkelijker te maken. Zo probeer ik te lopen in een omgeving die mij niet overprikkelt: niet op straat waar auto’s rijden, maar op een wegje tussen weides, liefst met wat paarden en ezeltjes. 😉 Te laat op de avond sporten is ook geen goed idee. Mijn zenuwstelsel blijft nog een aantal uur in Duracell-konijn-modus waardoor ik niet tot rust kom. Verder probeer ik sport wat slim in te bouwen in mijn week: Ik plan bijvoorbeeld geen zware training op een dag waarop ik laat thuis ben van het werk. Ik zorg ook voor afwisseling : op een dag lopen of fitness volgt bijvoorbeeld een yogadag. Of niets. 😉

Tegelijk ervaar ik sporten als een soort medicijn. Het maakt mijn lichaam sterker, ik ben minder gestresseerd en gelukkiger. Maar het gebeurt ook dat het enige medicijn ‘rust’ heet. Dan beland ik in de zetel in plaats van in de yogales, zoals vanavond de bedoeling was. En schrijf ik over sporten, in plaats van het te doen. 🙂

Ik ben benieuwd hoe andere HSP’s sport beleven. Klinkt dit herkenbaar, of net niet?